De geschiedenis van de melkveehouderij van de Familie Roos




De familie Roos heeft een rijke geschiedenis in de melkveehouderij, die teruggaat tot generaties in de omgeving van Monnickendam. In 1957 moest de familie plaatsmaken voor de stadsuitbreiding van Monnickendam.

Opa Hendrik Roos verliet zijn geboortegrond en vond een nieuwe plek aan de Zomerdijk, langs de Beemsteringvaart. Hier kocht hij een boerderij met 20 melkkoeien, enkele varkens en 16 hectare grond. Met vastberadenheid en hard werk breidde Hendrik, samen met zijn vrouw Geertje Roos, het bedrijf gestaag uit.
In 1970 nam Jan Roos, Hendriks zoon, samen met zijn vrouw Diet de boerderij over. Diet nam hierbij ook de administratie op zich. Hun ambities leidden tot de bouw van een moderne ligboxenstal, een vooruitstrevende keuze voor die tijd. Hierdoor konden ze het aantal melkkoeien uitbreiden naar 50, naast jongvee en schapen. Het landareaal werd vergroot tot 30 hectare. Diet was actief betrokken bij het melken en de verzorging van de kalfjes. Samen tilde het echtpaar het bedrijf naar een hoger niveau, met een vooruitziende blik op de toekomst.

Met de komst van de derde generatie kreeg Jan hulp van zijn zoon Sjaak, die nieuw elan en frisse ideeën naar het bedrijf bracht. Onder zijn leiding werden diverse verbouwingen uitgevoerd, meer land aangekocht en obstakels zoals melkquota, fosfaatquota en mestwetgeving overwonnen. Ondanks deze uitdagingen bleef het bedrijf groeien in omvang en kwaliteit.
In 2000 markeerde een technologische stap voorwaarts: de melkstal werd vervangen door melkrobots, wat efficiënter werken mogelijk maakte. Op dat moment had het bedrijf 130 melkkoeien, jongvee en schapen, verspreid over 90 hectare grond.

Vandaag de dag is de vierde generatie, vertegenwoordigd door Tristan en Alain Roos, toegetreden tot het familiebedrijf. Zij zetten de traditie voort met een sterke focus op duurzaamheid en dierwelzijn. Hun doel is niet alleen om het huidige succes te behouden, maar ook om de vijfde generatie de kans te bieden boer te blijven in Nederland.


Duurzaamheid als kernwaarde
Wij voldoen nagenoeg aan het duurzaamheidsprogramma van de CONO Kaasmakers.
Duurzaamheid is een belangrijk fundament van onze bedrijfsvoering. Wij zijn volledig grondgebonden, wat betekent dat we alle mest op onze eigen grond kunnen plaatsen, waardoor een gesloten kringloop ontstaat. Jongvee wordt bij ons op de boerderij zelf grootgebracht, en omdat er geen invoer van koeien van buitenaf plaatsvindt, zijn we volledig zelfvoorzienend in onze veestapel.

Al 15 jaar voorzien 142 zonnepanelen in onze energiebehoefte. Hier stopt het niet; ons nieuwste plan is de installatie van een erfturbine met een ashoogte van 15 meter, waarmee we volledig zelfvoorzienend willen worden qua stroom.

Slimme technologie draagt bij aan de efficiëntie. Een elektrische voer-aanschuifrobot vermindert arbeid en energieverbruik, terwijl warmwaterterugwinning warmte die vrijkomt bij het koelen van melk hergebruikt. Dit warme water wordt in een grote boiler opgeslagen en verder verwarmd tot 90 graden, perfect voor het reinigen van apparatuur. Daarnaast hebben we frequentieregelaars geïnstalleerd op de melkmotoren om energieverbruik verder te optimaliseren. We maken gebruik van led verlichting wat bijdraagt aan een lager energieverbruik.

Onze huiskavel van 40 hectare bestaat nagenoeg geheel uit blijvend grasland. Dit is niet alleen gunstig voor de bodemgezondheid, maar speelt ook een rol in het weidevogelprogramma dat we uitvoeren in samenwerking met de Agrarische Natuur Vereniging (ANV). Dit programma omvat onder meer plas-drasland en kruidenrijk grasland om biodiversiteit te bevorderen. We maken gebruik van stikstofbindende gewassen, grasklaver percelen en luzerne om kunstmest gebruik te verminderen.

Binnen het weidevogelprogramma maaien wij een aantal percelen op twee verschillende data, namelijk op 1 juni en 15 juni. Dit om rekening te houden met de broedperiode van weidevogels.
Ons Slootpeilverhoging zorgt ervoor dat greppels vol water blijven staan, wat essentieel is voor vogels zoals grutto’s en kieviten, waar ze hun voedsel vinden voor hun jongen.

Anita haar stap in het bedrijf
In 1986 kreeg ik verkering met Sjaak, en daarmee begon mijn kennismaking met het boerenleven. Zeven jaar later, in 1993, gingen we samenwonen op de boerderij. Ik voelde me er meteen thuis. Mijn schoonouders hadden een nieuwe woning laten bouwen aan de andere kant van het erf, waardoor Sjaak en ik de ruimte kregen om ons eigen leven op te bouwen.

Ik werkte buitenshuis als kapster, maar stond altijd klaar om te helpen waar nodig. In 1996 beleefden we een bijzonder moment: we gaven elkaar het ja-woord op het ijs, vlak naast de boerderij, op de Beemsterringvaart.

Ons gezin groeide, met onze zoons Tristan en Alain en onze dochter Philippine met de boerderij als middelpunt van ons gezinsleven. Vanaf jonge leeftijd hielpen de kinderen mee, vooral tijdens drukke periodes zoals de oogst. Het is mooi om te zien hoe we met elkaar de schouders eronder zetten en samen het werkdoen.

In 2006 namen Sjaak en ik officieel de boerderij over. Voor mij betekent het boerenleven vooral samenwerken, zowel binnen ons gezin als op de boerderij. We doen het met z’n allen, en dat maakt het werk niet alleen haalbaar, maar ook waardevol.

Samen hebben we een mooie balans gevonden tussen familie, werk en privé en dat maakt ons trots.